Home

Agenda

  • Din
    07
    Mei
    2019

    China-Russia lecture café 2: China and Russia, Uneasy Similarities

    12:00Het Pand, Zaal Vermeylen
    Lezingen en presentaties

    Koen Schoors (UGent)

    While Russia is an electoral autocracy, China is just an autocracy. Several observers have argued that this difference constitutes the main reason why China has been growing much faster than China. In this reading of the facts, the combination of political autocracy and proper economic rules would provide an economic model for the future, with Singapore and Dubai as main role models. I defend the reverse position. In Russia, bureaucratic promotion is increasingly based on loyalty and the political leadership of the country has not been renewed for 20 years now, leading to stagnation. China has been economically more successful than Russia in recent decades, precisely because it managed to mimic some characteristics of democracies. The current Chinese leadership is abandoning these characteristics. China is starting to exhibit uneasy similarities with its big Russian neighbour. Stagnation will infallibly follow.

    Registreer

    Toon details
  • Din
    07
    Mei
    2019

    Dubbele lezing 5: Social Movements Between Demands for Social Change, Justice and Nationalism

    18:00Campus Boekentoren, Blandijnberg 2, room/lokaal 110.046 (first floor/eerste verdieping)
    SEELECTS

    Atdhe Hetemi (Universiteit Gent)

    The 1960s will remain in history as times of momentous changes that occurred both on the global and local level. The student movements of the 1960s are considered as revolutionary acts aiming to create a better world. Unlike in the United States and Western Europe where the youth aspired to move away from wild capitalism, their counterparts in Socialist Federal Republic of Yugoslavia (SFRY) lived in a different social order, namely Communism. Thus, the Westerners were mobilized for countercultural reasons, whereas students in SFRY were demanding ‘better implementation of Communism’. The demands in SFRY were mostly of social nature and centered on a critique of the bureaucratization of the Party, but they did not necessarily threaten the SFRY political system. However, the 1968 SFRY student movements are still considered very important because they represent the first public criticism of self-management socialism. This paper argues that the student movements of 1968 did not have the same character in the West and SFRY. Additionally, they did not have the same character even within SFRY: while in Belgrade, they were primarily socially motivated, the student demonstrations in Zagreb and Prishtina were also considered as nationalist. Nevertheless, the 1960s were the rhetoric decade when important developments took place in global, regional (SFRY) and local level (Kosovo) due to the actions taken by students. Several authors and concepts of social movements contexts will govern the main arguments of this paper. In addition, a wide range of newspaper articles, archival documents, personal interview materials on this subject will be consulted and analyzed to gain an understanding on the influence of these movements as well as how the global wave of revolt passed through SFRY.

    Toon details
  • Din
    07
    Mei
    2019

    Dubbele lezing 5: Het cultuurbeleid van hedendaags Rusland: Poesjkin lezen, Poetin steunen

    18:00Campus Boekentoren, Blandijnberg 2, room/lokaal 110.046 (first floor/eerste verdieping)
    SEELECTS

    Oshank Hashemi (Universiteit Gent)

    Sinds het begin van de derde presidentstermijn van Vladimir Poetin in 2012 ondergaat Rusland in politiek en cultureel opzicht een paradigmaverschuiving: het het land heeft zich steeds verder verwijderd van de westerse democratische waarden, terwijl de hervormingen van president Boris Jeltsin als anti-Russisch en corrupt worden bestempeld. Het Rusland van Poetin wordt met de jaren autoritairder en de oppositie wordt vervolgd. Andersdenkenden kunnen niet meer ongehinderd kritiek uiten op het zittende regime.

    Naast de toenemende staatsinmenging in de media en de economie, voert het Kremlin sinds 2012 ook een actief cultuurbeleid. Zo heeft het ministerie van Cultuur een canon van honderd films en boeken opgesteld die iedere Rus moet hebben gezien of gelezen. Culturele instellingen komen nu in aanmerking voor subsidies - in tegenstelling tot wat tijdens het Jeltsintijdperk gebruikelijk was. Het land heeft ook allerlei initiatieven genomen om bijvoorbeeld ‘ontlezing’ tegen te gaan, en heeft een standaard literatuur- en geschiedenisboek voor middelbare scholen geïntroduceerd. Deze  institutionalisering van cultuur gaat steeds verder. Het Kremlin geeft filmmakers de opdracht om in hun films patriottisme en de liefde voor Rusland te tonen. Theatermakers wordt verboden bepaalde voorstellingen te maken, omdat ze tegen de traditionele Russische waarden ingaan. Op middelbare scholen wordt zelfs het vak ‘Russisch patriottisme’ onderwezen. Het cultuurbeleid dat in 2014 is aangenomen, benadrukt sterk het belang van de Russische identiteit in spirituele, culturele en nationale zin, en roept op tot serieus herstel van de Russische culturele code, met duidelijke verwijzingen naar de Russisch-orthodoxe kerk en de Russische geschiedenis en traditie.

    Tijdens deze lezing zal ik dieper ingaan op het huidige cultuurbeleid van Rusland en bespreken welke implicaties dit beleid heeft voor het literatuuronderwijs in het algemeen en de leescultuur in het bijzonder. Vervolgens zal ik bespreken welke gevolgen dit beleid voor de gewone Rus heeft, waarbij niet door de bevolking zelf, maar door de machtige conservatieve elite wordt bepaald welke vormen van cultuur de bevolking moet appreciëren en welke boeken en films zij moet lezen en kijken. Ten slotte zal ik een antwoord formuleren op twee fundamentele vragen die het Russische cultuurbeleid tracht te beantwoorden: “Wie zijn wij?” (“Kto my?”) en “Wie willen we worden?” (“Kem my khotim byt'?”).

    Toon details

Volledige agenda